- hoofdartikel -

THUIS

THUISKUNST & SCHOOLKUNST

Eind jaren vijftig tekent Folkert (9 jaar) aan de huiskamertafel een zelfportret. De oren zijn lastig, daarom doet vader Haanstra het linker­oor voor, en tekent Folkert zelf het rechteroor na. Een schoolvoorbeeld van ‘thuiskunst’, zoals hij dat later als lector Kunst en Cultuur­educatie zou noemen. Een interview met Folkert Haanstra over thuiskunst, en wat je er in de klas mee kunt.

Wat is thuiskunst?

‘Thuiskunst is dat wat kinderen zelf, op eigen initiatief, aan kunstzinnige activiteiten doen. Thuiskunst staat tegenover ‘schoolkunst’: dat zijn de beeldende producten die kinderen op school en onder leiding van een docent maken in de teken- of handarbeidles. Bij muziekles op de muziekschool of toneel spelen via een kunstencentrum, bepalen volwassenen grotendeels de inhoud. Daarom worden deze vormen van kunstbeoe­fening ook niet tot de thuiskunst gerekend.

‘Thuis’ moet je ruim opvatten: het kan ook in de pauze op school of op internet plaatsvinden. En met ‘kunst’ bedoel ik dat kinderen zich op een symbolische manier uiten. Dat kan in beeld, in muziek, in beweging, noem maar op. In veel onderzoeken wordt het kopiëren van striptekeningen, het versieren van cupcakes en het spelen van Minecraft ook thuiskunst genoemd. Het gaat dus om een scheppende activiteit die een zekere betekenis in de leefwereld van de leerlingen heeft.’

Doet elk kind aan thuiskunst? Naamloos-1

‘Elk kind doet wel iets aan thuiskunst, maar de intensiteit en de functie kan erg verschillen. Kleuters zijn over het alge­meen heel actief en bij hen lopen allerlei kunstvormen nog door elkaar. Later, in de midden- en bovenbouw van het primair onderwijs, splitst zich dat meer uit naar verschillende richtingen. Jongere kinderen maken veel toegepaste kunst, terwijl wat oudere kinderen hun thuiskunst ook gebruiken om hun eigen emoties te uiten. Die gaan gedichtjes of liedjes maken.’

Hoe wordt thuiskunst gestimuleerd?

‘Of een kind veel of weinig aan thuiskunst doet hangt van verschillende factoren af. Het hangt er bijvoorbeeld van af of een kind thuis tijd, ruimte en materialen heeft. En of een ouder, een broertje of zusje, het goede voorbeeld geeft en de gemaakte ‘kunstwer­ken’ waardeert. Vooral in de basisschoolleeftijd speelt die waardering van ouders een grote rol. Soms wordt thuiskunst zelfs verplicht door de ouders opgelegd om het aantal uren achter de computer te beperken. ’

Welke invloed heeft de culturele achter­grond?

‘Er is nog niet veel onderzoek gedaan naar de verschillen tussen thuiskunst van allochtone en autochtone kinderen. In een onderzoek naar de dansante thuiskunst kwam naar voren dat Marokkaanse en Surinaamse kinderen van hun zussen en moeders specifieke dansen leerden. Beeldende producten worden in autoch­tone kringen vaak goed gewaardeerd, terwijl dat in bepaalde allochtone kringen juist niet zo is. In een onderzoek naar de afspeellijsten van leerlingen werd gekeken naar het verschil tussen platteland en grote stad. Dat verschil bleek er eigenlijk niet te zijn. De digitale wereld lijkt haast wel universeel te zijn.’

Hoe leren kinderen van thuiskunst?

‘Kinderen leren veel door voorbeelden te kopiëren. Ze kijken op internet hoe iets wordt voorgedaan en doen het dan zelf na. Of ze vragen aan een expert in de omgeving hoe het moet. Vanuit een intrinsieke motivatie proberen ze zich op die manier een bepaalde vaardigheid te verwerven. In het onderwijs is er wel discussie over. Zeker ten tijde van de vrije expressie was kopiëren taboe. Maar kunst leeft van voorbeelden. Iedereen bouwt voort op wat anderen gedaan hebben of wordt geïnspi­reerd door voorbeelden. De discussie is meer: blijft het bij kopiëren, of ga je daarna een eigen vorm ontdekken?’

Afb hoofdartikel THUISkunst 2Waarom is thuiskunst belangrijk voor kunstonderwijs?

‘In navolging van het authentieke leren heb ik mijn ideaalbeeld van kunsteducatie ooit authentieke kunsteducatie genoemd. Hierin zijn opdrachten betekenisvol doordat ze een relatie leggen tussen de thuiskunst van de leerlingen en met de professionele kunst. Net als authentiek leren zich bezighoudt met dat wat kinderen bezighoudt, houdt authentieke kunsteduca­tie zich bezig met thuiskunst. In de praktijk is die relatie er vaak niet: wat de leerling op school doet, doet hij voor de juf of meester, en thuis is hij met andere dingen bezig, en zicht op de professionele kunst krijgt hij niet. Maar als je op de hoogte bent van wat leerlingen beweegt buiten school, en er in de les een verbinding mee weet te maken, dan wordt het onderwijs betekenisvol. De werelden krijgen dan met elkaar te maken en kunnen elkaar bevruchten. Als je kunt aansluiten bij de manier waarop kinderen via thuiskunst leren – door veel te kopiëren bijvoorbeeld – stimuleer je de intrinsieke motivatie.’

Dus thuiskunst moet de klas in?

‘Ja, maar dat wil niet zeggen dat je het één op één moet overnemen. Er zijn leerlingen die vinden dat hun thuiskunst thuis moet blijven, omdat het veel te persoonlijk is. Het gaat vooral om het leggen van de relatie. Dat je uitgaat van dezelfde thema­tiek en de zelfde vormentaal gebruikt, kan al heel betekenisvol zijn. Het ligt aan de creativiteit van de leerkracht in hoeverre hij er in slaagt een goede balans te vinden tussen zijn eigen programma en de verbinding met de thuiskunst van de leerlingen. Sommige (vak)leerkrachten hebben een principieel bezwaar tegen thuiskunst op school. Zij gaan uit van hun eigen vaste methode. Daarin is geen plaats voor thuiskunst. Op school moeten leerlingen vaardigheden verwerven, dat vraagt al tijd genoeg. Anderen laten vanuit onwetendheid thuiskunst buiten beschouwing en zijn verrast als ze er achter komen hoeveel er aan thuiskunst gedaan wordt.

Hoe pak je het dan wel goed aan?

‘Er zijn genoeg lessen te vinden waarbij je vanuit de populaire beeldcultuur verbin­dingen met de professionele kunst kunt leggen. Die werelden liggen tegenwoordig niet meer zover uiteen, dus het zou jammer zijn om daar geen gebruik van te maken. Verder kun je het bijvoorbeeld met de leerlingen hebben over hun playlist, leerlingen kunnen elkaar danspasjes aanleren, of je kunt een tentoonstelling inrichten met beeldende thuiskunst van leerlingen. Vanuit de persoonlijke voorkeu­ren van je leerlingen kan je verbindingen leggen met de professionele kunsten door bijvoorbeeld die playlisten te categoriseren in stijlen, door te kijken naar verschillende dansvormen in zowel de populaire danscultuur als daarbuiten, door naar een museum met moderne kunst gaan. Er zijn mogelijkheden genoeg. Vanuit de ‘beteke­nisvolheid’ van opdrachten zou je ook naar lesvormen kunnen zoeken waarbij verschillende groepen leerlingen met een eigen opdracht bezig zijn, met hun manier van thuiskunst beoefenen als uitgangspunt. Ik realiseer me dat dat makkelijker is gezegd dan gedaan. Maar ik hoop wel dat we snel af komen van het schrikbeeld van de klas waarin iedereen op hetzelfde moment hetzelfde werkje maakt, waarvan het resultaat er hetzelfde uitziet.’

Thuiskunst in categorieën
Haanstra onderzocht de beeldende thuiskunst van 52 kinderen en ontdekte dat er vier categorieën zijn:

  1. toegepaste kunst: wenskaarten, asbakken, fotolijstjes, games
  2. populaire beeldcultuur: stripfiguren, stripverhalen, graffiti
  3. persoonlijke beleving: tekeningen over gebeurtenissen en emoties
  4. traditionele kunst: landschappen, portretten, abstract werk

Bron: De thuiskunst van scholieren, 2008.

Functies van thuiskunst
Thuiskunst heeft verschillende functies, die elkaar kunnen aanvullen en overlappen.

  1. procesgericht: lekker bezig zijn, verveling verdrijven, emoties uiten
  2. productgericht: iets maken dat mooi en bruikbaar is
  3. sociaal: waardering van anderen oogsten

Verder lezen Folkert Haanstra, Thuiskunst, onderzoeken naar informele kunstactiviteiten in relatie tot formele kunsteducatie, uitgegeven door de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten.

Interview: Vincent Lamers 
Illustraties: Margo Vlamings

snelle les

Kijken naar erfgoed

hele school







thema

THUIS

deel deze pagina