- hoofdartikel -

TECHNIEK

Kunstenaars en uitvinders putten uit dezelfde bron: die van de creativiteit. Proberen, experimenteren, fouten maken, je verbazen, nog een keer proberen, oefenen tot het lukt en je jezelf én de rest van de wereld versteld doet staan. Je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen.

Dat vindt Astrid Poot, bedenker en maker van familie­ en jeugdprojecten, bijvoorbeeld voor Het Klokhuis en Nemo. Bedenken en maken doet Astrid niet alleen als creative director van bureau Fonk, maar ook thuis, en op de school van haar kinderen. 7 en 10 zijn ze, een jongen en een meisje. Bij haar dochter zag Astrid van dichtbij hoe het kan gaan: hoe de ongeremde creativiteit van de kleuter overgaat in een zelfbewuste fase waarin dingen opeens niet meer vanzelf gaan, gevolgd door de ‘creatieve droogte’ van het oudere kind.

Het deed haar pijn om te zien, en ze besefte dat haar dochter niet de vaardigheden had om haar ideeën in producten om te zetten. Dat gold ook voor de zeven­ en achtjarigen waaraan Astrid af en toe techniekles geeft. Leuke projecten met afb CREA hfd 2elektriciteit en lampjes, maar de kinderen vonden het een beetje eng. Ze waren niet gewend om met zulke spullen om te gaan – dat zouden ze eigenlijk vaker moeten doen, vond Astrid. En ook met andere materialen.

Klooikoffers

Het idee voor de Klooikoffers was daarmee geboren, en niet lang daarna was de financiering rond om er dit schooljaar op drie Amsterdamse scholen mee van start te gaan. In een ingenieus uitleensysteem­annex­ondernemerschapsproject, gerund door leerlingen uit groep 6, mogen leerlingen regelmatig een koffer mee naar huis nemen. Wat zit daarin? Een soldeerbout met toebehoren, of een lijmpistool bijvoorbeeld. En een uitdagend instruc­tieblad om thuis samen mee te gaan experimenteren.

Vergelijk de Klooikoffers trouwens niet met de knutselpakketjes die je bij warenhuizen kunt kopen, gevuld met afgepaste hoeveelheden kraaltjes en draadjes waarmee je precies dat ene armbandje kunt namaken, of een uitgestanste dino in elkaar kunt zetten. De Klooikoffers gaan niet over veilig nama­ken, maar om experimenteren met echte spullen. Alles wat je nodig hebt voor een elektrisch circuit. Of een goeie scherpe zaag. Want zeg nou zelf, welk kind leert nog een zaag gebruiken?

Diep geluk

Het handvaardigheidslokaal is op veel scholen verleden tijd, net als het timmerschuurtje thuis. Er zijn nog weinig plekken waar kinderen aan de slag kunnen met dit soort spullen. Hoe belangrijk dat is, kun je moeilijk overschatten. Als je je gereedschappen en materialen kent, en weet hoe je ze moet gebruiken, dan creëer je vrijheid en rust, en ruimte om te experimenteren. En als het je vervolgens lukt om te maken wat je had bedacht, dan geeft dat een diep geluk. Maar je leert er ook beter van kijken, want je herkent de geleerde technieken en materialen in de maaksels van anderen.afvb CREA hfd 1

Dat is, met andere woorden, een warm pleidooi voor creatief techniekonderwijs. Waarbij nu eens niet alles bij de leerkracht op het bord geschoven wordt, maar de ouders ook een rol hebben. In haar werk ziet Astrid hoe moeilijk het kan zijn om ouders mee te laten doen. Liever staan ze aan de kant: de ‘hangouders’ in de speeltuin, maar ook in Nemo.

Ze wachten geduldig tot hun kind klaar is met spelen, en checken intussen hun appjes. Dat is jammer, want juist door samen experimenteren geef je kinderen een waardevol voorbeeld. En als je het ziet als gezamenlijk avontuur, dan is het niet erg dat het veel ouders (en veel leerkrachten) ontbreekt aan ‘handelingsrepertoire’. Ga je samen met het kind aan de slag, dan komt dat vanzelf en merk je hoe stimulerend het is voor beide partijen om samen te leren en te experimenteren.

Flow

Het ‘diepe geluk’ dat maken teweeg kan brengen, kent Astrid uit eigen ervaring. Ze onderstreept hoe belangrijk het is om zelf te blijven creëren. De spanning die erin zit, de lichte angst van ‘lukt het me wel’ heb je nodig om jezelf te blijven ontwikke­ len. Als je het maken aan anderen overlaat, verlies je als het ware je handschrift; je wordt letterlijk on­handig.

Het is interessant om te bekijken hoe dit op brein­ niveau werkt. Daarom even een uitstapje naar een andere vorm van maken: de muziekimprovisatie. In een leuk TED­filmpje vertelt neuroloog Charles Limb over een experiment met een improviserende jazz­pianist en een freestylende rapper. Hij legde de muzikanten in een MRI­scanner om hun hersen­activiteit te bestuderen. Wat bleek: tijdens het improviseren, dus het creëren van iets nieuws, werd het hersengebied waar zelfreflectie en zelfkritiek plaatsvindt, helemaal ‘uitgeschakeld’. Creativiteit gaat stromen als je je niet langer bewust bent van grenzen, jezelf de ruimte geeft en niet bang bent om fouten te maken. Kortom: als je de staat van ‘flow’ bereikt, zoals psycholoog Csikszentmihalyi dat omschreef. Zoiets is niet voorbehouden aan kunstenaars; ook wetenschappers (en koks, sporters, programmeurs, hoveniers, leerkrachten – kortom iedereen die zich kan verliezen in zijn vak) weten hoe dat voelt.

Maker-education

Maar wat nu als een kind, zoals Astrids dochter, die flow even niet meer kan vinden? Dat het geen zin meer heeft in tekenen omdat het tóch niet mooi wordt. Of zichzelf een paar vertrouwde figuren aanleert – een paard, een poes, een vliegtuig – zon­der zich verder te ontwikkelen? Vroeger werd nog weleens verkondigd dat expressie bij een kind zich als vanzelf zou ontwikkelen; door alleen de materia­len aan te reiken, zou een kind zijn eigen creativiteit vanzelf vinden. Maar zo werkt het niet, het is een kwestie van én én. Voorbeelden laten zien of horen én technieken aanleren, én het kind uitdagen om daarmee zijn eigen verhaal te maken. En vervolgens het product evalueren door onder woorden te laten brengen wat het voor het kind betekent.

En maakt het dan eigenlijk iets uit of een kind zijn verhaal vertelt met zijn keyboard, of met karton en lijm, of met batterijen en ledlampjes? Of misschien wel met een MaKey MaKey? Volgens Astrid niet. Net zomin als het ertoe doet of je het koppelt aan 21st century skills, of het maker­education noemt, of techniek­, project­ of cultuuronderwijs. Waar het om gaat is dat ouders en leerkrachten kinderen helpen om hun creativiteit te ontwikkelen, zodat ze later eindeloos kunnen putten uit die ene bron.

 

Tekst: Vibeke Roeper
Illustraties: Valesca van Waveren
Met dank aan Astrid Poot








thema

TECHNIEK

lesidee

aan de slag met techniek

voor de hele school
deel deze pagina