- hoofdartikel -

JONGEN/MEISJE

Als we willen dat kinderen zich optimaal ontplooien, ook op cultureel gebied, dan moeten we recht doen aan aanleg en aan verschillen. Zeker de verschillen tussen jongens en meisjes.

Doe-programma

In de zich ontwikkelende hersenen van jongetjes zijn er programma’s die hen stimuleren om te rennen, te springen, in bomen te klimmen, met stenen te gooien of ‘steentjes te keilen’. Jongens zijn (grof)motorisch veel actiever dan meisjes. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met het geslachtshormoon testosteron, dat aanzet tot actie en exploratie en dat bij jongens meer aanwezig is dan bij meisjes. Dat dat voor een leerkracht in een klas met dertig kinderen soms best lastig kan zijn, daaraan heeft het jongensbrein geen boodschap. Jongens doen ook aan fysieke competitie: ze stoeien met elkaar, of overtroeven elkaar in stoer en riskant gedrag. Dergelijk gedrag is belangrijk voor het bepalen van de ‘pikorde’ in de groep. Iedere nieuwkomer moet eraan geloven en zich bewijzen. Als de pikorde is vastgesteld en de rust in de groep is hersteld kunnen ze zich – voorlopig – weer veilig voelen. De hersenen van (veel) jongens hebben een duidelijk ‘Doe-programma’.

ill 3 hfdart JMSociaal programma

Bij (veel) meisjes is veeleer sprake van een ‘Sociaal actieprogramma’: vanaf de geboorte ontwikkelen ze zich sterker op het gebied van uiten en duiden van emoties. Taal speelt daarbij een belangrijke rol. Als ze voor het eerst naar school gaan liggen meisjes in taalontwikkeling gemiddeld ruim een jaar voor op jongens! In het huidige onderwijs, en ook in de huidige sociaal-culturele en maatschappelijke ontwikkelingen, is het meisjesbrein in het voordeel. Samenwerken, discussiëren en presenteren: het sluit allemaal beter aan bij het talige, meer sociale meisjesbrein dan bij het motorische en ruimtelijk georiënteerde jongensbrein. Hun sociale actieprogramma betekent ook dat meisjes proberen door iedereen, en vooral door volwassenen, lief en aardig gevonden te worden. Wat overigens niet wegneemt dat ze vaak roddelen met en over elkaar; een vorm van ‘relationele agressie’ die zich uit door elkaar uit te sluiten of buiten te sluiten.

Liever meisjes?

Jongens worden door de omgeving vaak als onrustig, druk en agressief’ beoordeeld. Niet zelden krijgt hun drukke gedrag het label adhd, het overschaduwt hun talenten en resulteert uiteindelijk in ill 1 hfdart JMeen te laag schooladvies. De schoolresultaten van meisjes zijn op alle niveaus en bij alle vormen van onderwijs beter. Met meisjes gaat er minder stuk, zijn er minder ongelukken. Meisjes hebben minder stoornissen, minder gedragsproblemen, ze hebben minder speciaal onderwijs nodig en hun werkhouding is beter afgestemd op het schoolse leren. Dus, om met Martine Delfos te spreken en even te overdrijven: willen we op school eigenlijk niet het liefst meisjes? Ze zijn volgzamer, makkelijker te beïnvloeden, gehoorzamen meer dan jongens en zoeken niet zo sterk en vaak grenzen op. Vrouwelijke leerkrachten sluiten qua interactiestijl waarschijnlijk beter aan op het gedrag van meisjes dan op het gedrag van jongens en het ligt voor de hand dat ze meer feeling hebben voor de taal, mimiek en de sociale omgang van meisjes en ook meer waardering voor de manier waarop meisjes op hen reageren. En hun gevoel van competentie als opvoerder zal mede daardoor veel makkelijker en soepeler worden bevestigd in de omgang met meisjes.

Liever meer meesters!

Meer dan 85% van de leerkrachten in het basisonderwijs is vrouw. Behalve een groot voordeel – want zonder vrouwen zou het basisonderwijs niet bestaan – is het ook een handicap. Ten eerste is het perspectief van waaruit het kind bekeken wordt beperkt; een team met een gelijke verdeling van seksen zou elkaar kunnen aanvullen. Ten tweede is het rolpatroon dat aangeboden wordt overwegend vrouwelijk, want vrouwen in het onderwijs gedragen zich als vrouwen en bieden dus vooral aan hoe een vrouw zich moet gedragen. Ten derde worden technisch-uitdagende en wereld-ontdekkende activiteiten door vrouwelijke leerkrachten minder aangeboden dan door mannelijke. Ten vierde bestaat het risico dat de typisch ‘jongensachtige’ manier van problemen uiten – extravert, naar buiten gericht – op meer weerstand stuit bij vrouwelijke leerkrachten en zowel voor de leerling als de leerkracht probleem- en stressverhogend werkt. Martine Delfos merkte gekscherend op dat een bijscholing tot mannelijke leerkracht voor een vrouw wat extreem is. Maar zolang het niet lukt om voldoende mannen te motiveren de zo belangrijke taak van opvoeder en rolmodel in het (basis)onderwijs op zich te nemen, zullen de vrouwen, die deze verantwoordelijkheid gelukkig wel nemen, moeten proberen zich iets ‘mannelijker’ en ‘jongensvriendelijker’ te gedragen.

J/M en lezen

Wat zou dit kunnen betekenen voor het succes van cultuuronderwijs op de basisschool? In april vond het jaarlijkse congres van Stichting Lezen plaats, met dit jaar als thema ‘Jongens en lezen’. Recent onderzoek laat zien dat meer meisjes (ongeveer 40%) dan jongens (ongeveer 20%) dagelijks thuis voor het plezier een boek lezen, en ook vaker lid zijn van de bibliotheek. Jongens geven vaker de voorkeur aan andere vrijetijdsactiviteiten zoals gamen, sporten en tv-kijken. Als verklaring wordt onder andere gewezen op een verschil in motivatie, in die zin dat lezen voor meisjes een emotionele uitlaatklep zou zijn en dat hun leesattitude positiever is omdat zij in ontwikkeling voorlopen. Andere mogelijk verklarende factoren zijn de flinke voorsprong in taalontwikkeling van meisjes en het feit dat lezen gepaard gaat met stilzitten en het vermogen je over een langere tijd goed te kunnen concentreren. Die twee laatstgenoemde eigenschappen zijn bij jongens in de basisschoolleeftijd en de puberteit, over het algemeen, een stuk minder ontwikkeld. Als je jongens toch tot lezen wil aanzetten of ze ermee wil prikkelen, lijkt de keuze van spannende verhalen en boeken nog het meest kansrijk.

ill 2 hfdart JMJ/Men muziek

Muziekdocent Jeroen Roelofsen uit Haarlem ziet met name bij bovenbouwleerlingen verschillen tussen jongens en meisjes. Jongens willen leren door ‘los te gaan’ en te leren vanuit chaos, aldus Jeroen, terwijl meisjes het juist fijn vinden om een opdracht te krijgen. Collega Dirkjan de Koning uit Amsterdam: ‘De eerste vraag van jongens is vaak: kan het stuk? Ik laat de jongens zich dan even uitleven op een djembé. Dan komen ze er vanzelf achter dan hun handen pijn gaan doen, en krijgen ontzag voor het instrument.’ Deze twee voorbeelden illustreren de voorkeur voor ‘experimenteel leren’ bij jongens, en het meer regel-geleid leren bij meisjes. Jongens leren door te doen, en te zien wat er van komt. In veel schoolvakken is dat geen optie, maar bij muziek kan daar juist heel goed ruimte voor gegeven worden. Het regel-geleid leren van meisjes, gecombineerd met hun voorliefde voor samenwerken, kun je als docent ook goed gebruiken. Dirkjan: ‘Ik vraag soms aan de meisjes om aan de jongens te laten horen hoe iets klinkt als je samenspeelt’.

J/M en dans

Soms gaat het niet om aanleg, maar juist om de sociale omgeving die om een speciale aanpak vraagt. Dansdocent Monique Goffree uit Beverwijk merkt in haar lespraktijk dat ze rekening houdt met de sociale context. Bij kleuters speelt dat nog niet, en jongens en meisjes van die leeftijd vinden het dansen allemaal even leuk. Maar vanaf een jaar of zes kan dat veranderen, en Monique houdt daar rekening mee door een jongen bijvoorbeeld geen elfjesrol te geven. Het kind zou daar misschien nog geen probleem mee hebben, maar veel ouders – en dan vooral vaders – vinden dat bezwaarlijk. Ook dat is verklaarbaar: uit onderzoek is bekend dat vaders de ‘sekse-identiteit’ van hun kinderen meer bewaken dan moeders. En vooral voor hun zonen vinden vaders het van belang dat zij niet te veel afwijken van mannelijke stereotypen. Dus ondanks dat dansen goed aansluit bij de bewegingsdrang van jongens, en het bij uitstek een discipline is waarbij fysieke kracht en uithoudingsvermogen cruciaal zijn, bepaalt de sociale omgeving of dansen voor een jongen geaccepteerd is.

J/M en cultureel erfgoed

De technisch-uitdagende en wereld-ontdekkende activiteiten die Delfos aanraadt, zijn in cultuuronderwijs heel goed te plaatsen. Niet alleen in de kunstvakken, maar ook in erfgoededucatie. Denk bijvoorbeeld aan bezoeken aan de Stelling van Amsterdam, Teylers Museum in Haarlem en het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. In die musea, en overigens ook in elk lokaal-historisch museum, wordt getoond hoe praktische en technische problemen vroeger werden opgelost met inventiviteit en techniek. Bezoeken aan erfgoedinstellingen met aandacht voor alledaagse toepassingen van natuur en techniek zijn leerzaam voor beide seksen en spannend genoeg voor jongens.

Slotsom

Hoewel de variatie binnen de groep jongens en de groep meisjes afzonderlijk heel groot is – iets om altijd te onthouden – zijn er ook belangrijke verschillen tussen jongens en meisjes in aanlegfactoren en voorkeursgedrag. Waarom zouden we meisjes niet mogen opvoeden in hun sterke kanten – communicatie, zorg en inlevingsvermogen – en waarom jongens niet in hun sterke kanten als assertiviteit, actiegerichtheid en neiging tot leiderschap? Zonder de verschillen richtinggevend te laten zijn voor ons hele handelen, is het noodzakelijk om, óók als het gaat om cultuur op school, gevoel te krijgen voor het verschil tussen jongens en meisjes.

ill 4 hfdart JM

Tekst: Emeritus hoogleraar Louis Tavecchio
Illustraties: Mireille Schaap

lesidee

Muzikale opwarmer

voor de hele school







thema

JONGEN/MEISJE

deel deze pagina