- hoofdartikel -

HOKJES & LABELS

Nieuw repertoire gezocht!

Het is misschien wel een van de meest bevredigende onderwijservaringen: zien hoe een kind van wie je dat helemaal niet had verwacht, bovengemiddeld presteert. Vaak gaan de voorbeelden die je daarbij hoort over cultuureducatie.

Zelden hoor je: Robin had zo’n moeite met breuken, maar kijk hem nou eens gáán met die procenten! Veel vaker is het: Zo dyslec­tisch als Dylan zijn er weinig, maar zijn tekeningen kun je zó tentoonstellen. Of: Lieke kan zich slecht concentreren, maar zet haar op een podium en ze speelt de hele zaal plat!

Logisch? Natuurlijk. Het is nu eenmaal leuker om getuige te zijn van iets uitzonderlijk knaps (heel mooi tekenen) dan van iets dat iedereen uiteindelijk wel doorkrijgt (procenten). Vooral als het kind in kwestie op cognitief gebied geen hoogvlieger is. Dat is het ‘Underdog Effect’, ook bekend uit de sport. Denk aan Vitesse: toen die club voor het eerst in zijn geschiedenis de KNVB-beker dreigde te winnen, leefde het hele land mee om deelgenoot te kunnen zijn van het wonder dat zich hier voltrok. Degenen die het niet op een presenteerblaadje krijgen aangereikt, gun je het nu eenmaal meer om ergens in uit te blinken.

Voor wie niet past in de reguliere ontwikkelprofielen

De hierboven genoemde voorbeelden liggen om nog een andere reden voor de hand. Onvermoede talenten komen namelijk veel vaker aan het licht bij kunstonderwijs dan bij de leervakken. Is dat omdat kunstzinnig talent zich minder makkelijk laat voorspellen? Of zou het zijn omdat we veel beter weten hoe taalvaardigheid zich ontwikkelt dan bijvoorbeeld tekenvaardigheid? Vermoedelijk dat laatste, en dat is natuurlijk jammer. Helemaal als je bedenkt dat sinds de invoering van het passend onderwijs in elke klas wel een paar leerlingen zitten die niet in een van de reguliere cognitieve ontwikkelprofielen passen en voor wie het des te belangrijker is om de eigen, unieke, sterke kanten te vinden en talenten te ontwikkelen.

Chaos binnen kaders

Kunstonderwijs is niet veilig. Dat maakt het spannend en uitdagend, maar ook risicovol. Durf je het aan om kinderen die het beste gedijen in een prikkelarme omgeving, bloot te stellen aan de ogenschijnlijke chaos van een muziekles? En hoe krijg je je hyperactieve leerlingen gefocust bij een vrije beeldende opdracht? Op de pabo leer je dat niet, en in het professionele discours zijn dit meestal niet de thema’s die er echt toe doen. Daardoor zijn het meestal buitenstaanders, zoals kunstenaars die voor een project in de klas komen, die laten zien dat het binnen veilige kaders heel waardevol is om nu en dan de chaos een plek te geven in je onderwijs.

Daar komt nog iets bij: de toegenomen di­versiteit in de klas betekent niet alleen dat je als leerkracht moet kunnen organiseren en differentiëren, maar dat je je ook telkens moet afvragen wat ‘leren’ eigenlijk bete­kent. Hoe groter de verschillen, hoe minder goed de standaard-ontwikkelprofielen zullen passen. In het zeer lezenswaardige onderzoeksverslag uit 2016 De bomen en het bos van Jelle van der Meer vertellen leerkrachten en ouders hoe het onderwijs is veranderd met de invoering van passend onderwijs. Een leerkracht zegt bijvoor­beeld: “Voor passend onderwijs hebben we allerlei lessen gehad over kenmerken en tips, maar de praktijk is anders, met 32 leer­lingen in de klas.” Lesgeven gaat niet meer (alleen) over het overdragen van vakinhoud, maar (vooral) over het begeleiden van de leer­ling bij zijn algehele ontwikkeling.

PRIKKELS_Hokjes&Labels

‘Leren’ is dus niet het resultaat van het volgen van een methode en het afleggen van toetsen. Het draait om de vraag wat voor déze leerling in déze situatie de beste vervolgstap is, en wat je moet doen om daar te komen. Voor de cognitieve vakken zijn die vervolgstappen al redelijk verfijnd. Voor de kunstvakken staan we nog maar aan het begin. Hoe ideaal zou het zijn om een handelingsrepertoire te hebben dat raad weet met elk gedrags- of leerprobleem. Het lijkt een utopie, maar dat komt ook doordat er nog zo weinig onderzoek plaatsvindt.

Hoe werkt cultuur voor deze speciale doelgroepen

Gelukkig lijkt daar verandering in te komen. Stichting Tamino zet zich in voor meer en beter cultuuronderwijs voor kin­deren met een beperking. Samen met Plein C ontwikkelde Tamino een nascholing voor cultuurdocenten die willen uitzoeken hoe hun kunstdiscipline ‘werkt’ voor speciale doelgroepen. Dat leverde fantastische leer­ervaringen op, zowel voor de kunstdocen­ten als voor de groepsleerkrachten én de leerlingen. Ook het recente, lovend ontvan­gen boek van Dirk Monsma, Fluisterzacht en haarzuiver gaat over kunstonderwijs en kunstbeoefening door kinderen met een handicap. Bovendien wordt sinds kort in de jaarlijkse ‘monitor cultuureducatie’ het speciaal onderwijs meegenomen, waarmee er meteen meer aandacht komt voor de plaats van cultuur bij de ontwikkeling van zorgleerlingen. Er broeit dus wat. Laten we hopen dat het vlam vat.

Want of je nu voor een speciale of ‘normale’ groep leerlingen staat, kennis over de kracht van cultuuronderwijs is onontbeerlijk. Omdat je je leerlingen dan op nieuwe manieren leert kennen, en je erachter komt dat Lieke zich beter focust als ze in de spotlight staat, en dat Dylan helemaal geen grammatica nodig heeft om zich uit te drukken.

 

Tekst: Vibeke Roeper
Illustratie: Studio Vonq

 

deel deze pagina