- hoofdartikel -

DUURZAAM

Men neme…
ingrediënten voor beter cultuuronderwijs
illustratie 1 DUURZAAMLaten we over één ding duidelijk zijn: de opdracht was ook niet gering. ‘Realiseer binnen vier jaar goed, duurzaam en vraaggericht cultuuronderwijs’, dat is wat het ministerie van OCW in 2012 vroeg. In heel Nederland gingen provincies en gemeenten met hun culturele instellingen aan de slag. Later sloten ook scholen en schoolbesturen aan. Dat was het begin van Cultuureducatie met Kwaliteit. Het Fonds voor Cultuurparticipatie kreeg 54 omvangrijke projectplannen te beoordelen. Het Noord-Hollandse project – een samenwerking van de provincie met 26 gemeenten, tientallen culturele instellingen en honderden scholen – ging in het voorjaar van 2013 van start. Twee jaar later is de vraag: hoe ziet ‘duurzaam’ en ‘goed’ cultuuronderwijs er in de Noord-Hollandse praktijk uit?

Ingrediënten

De subsidiegevers hadden daar bij het begin van het project al redelijk duidelijke ideeën over. Zij gaven vier ingrediënten mee, namelijk: leerlijnen, meer deskundigheid, betere samenwerking en beoordeling van de resultaten. Het klonk als een succesrecept en alle projectleiders grepen het aan om er binnen hun eigen gemeente, samen met de scholen, iets moois van te bakken. De een had direct een concreet plan: ‘We ontwikkelen leerlijnen in vier kunstdisciplines gekoppeld aan een cultuurportfolio voor groep 1 t/m 8’. De ander begon meer onderzoekend: ‘We ontwerpen een vraaggerichte samenwerking tussen kunstvakdocenten en groepsleerkrachten en zorgen daarbij voor goede nascholing’. En een derde vooral out of the box: ‘We zetten cultuurvakken in als middel de cognitieve ontwikkeling van kinderen te stimuleren’. Het mooie van Cultuureducatie met Kwaliteit is dat de regeling expliciet is bedoeld om te experimenteren. Vandaar ook die bonte verzameling aan projecten. Laten we er een paar bekijken.

Driedubbel duurzaam

Als het gaat om een duurzaam project, dan spant Texel de kroon met een leerlijn die aansluit bij een lokaal lesprogramma waar alle Texelse scholen al mee werken, waar leerkrachten technieken leren om zelf beeldende lessen te geven, en waar ‘herhaalbare’ projecten worden ontwikkeld. Dat gebeurt door een kunstenaar die elk jaar in alle groepen een project uitvoert. De lessen worden op een website gedeeld. Net als op Texel, hebben de scholen in Zeevang een beperkt budget te besteden. De gemeente investeert in Cultuureducatie met Kwaliteit op voorwaarde dat alle scholen de kans krijgen om aan te sluiten bij het project. Samen met de regionale muziekschool kozen de scholen voor zang: de meest laagdrempelige vorm van muziekonderwijs, waarbij je met de juiste begeleiding bij kinderen een enorme ontwikkeling kunt bereiken. Ook hier leren groepsleerkrachten hoe ze zélf deze lessen kunnen geven. De investering blijft daardoor zichtbaar in de scholen, ook als de extra subsidie stopt. Heemskerk zocht de duurzaamheid in cultuuronderwijs in de verbinding met taal. Taal is dagelijks onderdeel van het schoolprogramma, en dus een ideale binnenkomer voor – in dit geval – muziek. En andersom blijkt muziek een ideaal middel om op een andere manier te werken aan taalverwerving. Zo weet ook dit project een klein budget met maximaal resultaat in te zetten.

Leerlijnen

Zelf een leerlijn ontwikkelen, ook dat gebeurt veel in de Noord-Hollandse projecten. In Beverwijk, Langedijk, Heerhugowaard en Hilversum, om maar een paar plaatsen te noemen. Dat ontwikkelen doen de culturele instellingen in nauwe samenwerking met een aantal scholen. Daardoor kan er uitgebreid getest en bijgesteld worden, en ontstaan er leerlijnen waar alle scholen in de gemeente gebruik van kunnen maken. Vaak gaat het om leerlijnen die doorlopen van groep 1 tot groep 8 en gedurende die periode allerlei competenties bij de leerlingen ontwikkelen. Leerlijnen zijn populair omdat ze twee vliegen in één klap slaan: ze zorgen voor lesinhoud én voor structuur.

Kwaliteit voor de klas

Er zijn ook projecten die hun geld niet gelijkmatig over alle scholen verdelen, maar er voor kiezen om op minder scholen méér te doen. Vanuit de gedachte dat op een school die bereid is tijd vrij te maken, mee te werken en mee te denken, er veel sneller grote stappen kunnen worden gemaakt. In Velsen pakken ze het op die manier aan. Daar krijgen leerlingen op twee scholen maanden achter elkaar wekelijks een kunstdocent in de klas. Zo wordt de kunstdocent een vertrouwd gezicht voor de leerlingen en voor het team. Ze weet wat er speelt op school en heeft alle ruimte om daar met de kunstlessen bij aan te sluiten. Het mag dan een flinke investering zijn als je het omrekent naar de prijs per leerling, maar het zou goed kunnen dat ook de ‘opbrengst’ per leerling hoger wordt.

Dezelfde taal

Als je intensief samenwerkt ga je na verloop van tijd dezelfde taal spreken, en dat is onmisbaar als je een goed cultuurprogramma wilt neerzetten. Daarom zijn er ook projecten die juist dat onderzoeken: hoe kom je tot die gemeenschappelijke taal? In Den Helder wordt dat zorgvuldig en stap voor stap verkend. In het begin was dat even wennen, omdat de traditionele manier van samenwerken – de kunstdocent komt met een goed idee, de leerkracht gaat daar graag in mee – beide partijen meestal prima beviel. Dus om dat plan nog even in de rugzak te laten zitten, en eerst door te vragen naar wat de leerkracht en de groep bezighoudt, voelde als een overbodige omweg. Totdat bleek dat kunstprojecten die vanuit de school zelf starten, veel beter ontvangen worden, en door de school relevanter gevonden worden dan een ‘ingevlogen kunstlesje.’

Hoog niveau

Nog één ingrediënt is in al deze praktijkvoorbeelden niet genoemd, en dat is het schoolbeleid. Ook daar kun je beginnen als je cultuur een goede plek wilt geven in het onderwijs. Zo pakken de scholen in Castricum het aan: daar zijn de schoolbesturen en de directies betrokken bij Cultuureducatie met Kwaliteit, en werken de scholen zowel aan de praktijk als aan hun beleid. De aandacht op die manier verdelen geeft op de korte termijn misschien minder spectaculaire resultaten – van nieuwe leerlijnen of grote lesprojecten is geen sprake – maar zorgt op de langere termijn voor een vruchtbare bodem voor cultuuronderwijs. Ook dat is duurzame cultuureducatie.

Zonder subsidie

Na al die voorbeelden kun je je afvragen: kun je ook goede cultuureducatie organiseren zonder subsidie? Er zijn gemeenten die zelf niet investeren in cultuuronderwijs, en waar scholen dus ook niet kunnen meedoen met Cultuureducatie met Kwaliteit. Vorig jaar onderzochten we hoe dat werkt, cultuur op scholen die het helemaal zélf regelen. Bijvoorbeeld in de gemeente Hollands Kroon, waar de scholen geen hulp hebben van een muziekschool of kunstencentrum, en er ook geen gemeentelijk cultuurmenu of meerjarige subsidies zijn. Wat blijkt: het regelwerk valt niet mee, en op de meeste scholen is het aanbod minder rijk dan voorheen. Maar doordat de school het zelf organiseert en betaalt worden de keuzes zorgvuldiger gemaakt, en sluiten de activiteiten beter aan bij het schoolprogramma. Sommige scholen zien dat als winst.

Hapje proeven?illustratie 2 DUURZAAM

Aan het begin van dit verhaal gingen we op zoek naar het succesrecept. Zit het erbij? Dat is moeilijk te zeggen. Veel projecten zijn goed van start gegaan, maar moeten zich nog bewijzen. Gaan alle scholen de ontwikkelde leerlijnen inkopen, ook als straks de subsidie wegvalt? Blijft de kwaliteit van de kunstlessen op peil, ook als de groepsleerkracht ze zelfstandig moet uitvoeren? Nieuwe leerlijnen, geschoolde docenten, samenwerkende cultuur- en onderwijspartners, en handige beoordelingsinstrumenten zullen absoluut helpen, maar er zijn een paar ingrediënten die minstens zo belangrijk blijken te zijn. Ten eerste: een goede communicatie zodat alle betrokkenen weten wat de bedoeling is. Het lijkt een open deur, maar in projecten waar de samenwerking stroef loopt, is dit het grootste knelpunt. Dat hangt samen met een tweede factor: de vraag van de school centraal stellen. Als de school geen behoefte heeft aan een leerlijn heeft het weinig zin om er een te gaan ontwikkelen. Wat wil de school wél? Daar begint het mee. Maar bovenal: goede cultuureducatie is mensenwerk, en met de juiste persoon op de juiste plek kan een project vleugels krijgen. Zonder goede kunstdocenten, betrokken cultuuraanbieders en leerkrachten, en ICC’ers en directies die weten wat ze met cultuur willen bereiken, hebben alle investeringen alleen een tijdelijk effect. Nee, eenvoudig is het niet, maar we hebben in twee jaar tijd al ontzettend veel geleerd. Geef ons nog twee jaar en we hebben niet alleen de ingrediënten, maar ook een mooie staalkaart aan recepten voor cultuuronderwijs. En dan nodigen we heel Nederland uit om een hapje te komen proeven!

 

Ben je benieuwd naar deze en andere Noord-Hollandse projecten? Kijk op www.cmknoord-holland.nl

 

Tekst: Vibeke Roeper
Illustraties: Dorrith Rem

 








thema

DUURZAAM

lesidee

Duurzame lessen

voor de hele school
deel deze pagina