- de les -

Muzikale starters

Voor: groep 1 t/m 8
Door: Otto de Jongh

Zonder warming-up krijgt een sporter blessures. En zonder een goede starter krijg je een groep die alle kanten op wil. Met deze starters van muziekdocent Otto de Jongh krijg je alle neuzen dezelfde kant op.

Groep 1/2
Een-twee-drievier klapspelknstwerk 12

Wat We tellen tot 4,  je houdt je handen klaar, de meeste kleuters zullen hun handen ook klaarhouden. Je klapt vier keer in je handen, vier keer op de borst, vier keer op de knieën en daarna wrijf je vier keer snel in je handen. Je ondersteunt dit door steeds hardop tot 4 te tellen. Bij het wrijven zeg je: ziggezigge ziggezigge ziggezigge zah en hou je je handen eerst heel laag en beweegt ze al wrijvende naar boven. Je eindigt met je handen stil in de lucht en je kijkt naar het plafond. Hebben we soms iets tegen het plafond vastgeplakt?

Waarom Je stimuleert de focus op de leerkracht en het gevoel van gezamenlijkheid.

Tip: Ben je met twee volwassenen in de klas, probeer het dan eens in canon. De tweede groep kan op iedere eerste tel van een maat starten.

 

Groep 3/4
De fietspomp

Wat We leren straks een liedje over de fiets. Maar nu gaan we de banden eerst oppompen, want die staan leeg. Bij iedere pompbeweging maak je een pffff klank. knstwerk 34De pffff klank kun je afwisselen met een tssss klank waarbij je een hand aan je oor houdt. Zou de band lek zijn? Jij doet het voor, leerlingen doen je na.  Eerst als vrije beweging en geluid. Daarna in een vaste beat van steeds vier tellen. Vervolgens mogen leerlingen om de beurt een ritme improviseren binnen vier tellen, de groep doet het na. Zorg ervoor dat de beat steeds doorgaat.

Waarom Naast het vasthouden van de beat krijgt steeds één leerling even de aandacht van de hele klas. Verder zijn de leerlingen bewust met de adembeheersing bezig.

Tip: Na de fietspompbeweging en geluiden, kun je ook gaan variëren met fietstrapbewegingen, fietsbelgeluiden, op- en afstappen met de geluiden die daarbij horen.

 

Groep 5/6
One two oneknstwerk 56

Wat We tellen tot 5, vanaf 1 komt er steeds een getal bij. Als we bij 5 zijn, bouwen we weer af tot we bij 1 zijn. In het begin kunnen leerlingen meetellen met vingers. In een volgende stap klappen ze steeds op de rust. Dit is ook als canon uit te voeren, de tweede groep begint wanneer de eerste groep bij 121 is.

Waarom Leerlingen  onderscheiden verschillende toonhoogtes, zo worden ze voorbereid op het goed zingen tijdens de les. Het tellen, waarbij steeds een tel wordt toegevoegd, levert een leuk concentratiespelletje op.

Tip: Je zingt het één- of meerstemmig, maar dan zonder geluid. Het enige wat je hoort is het klappen in je handen tijdens de rusten.  Je kunt ook eens bij 5 beginnen en naar beneden tellen: 5 rust 545 rust 54345 etc. Je zingt dan ook vanaf de hoogste toon.

 

Groep 7/8
The drum machineknstwerk 78

Wat Je klapt het ritme uit het liedje van Queen We will rock you – ‘Boom boom chack’ – twee klappen op je knieën, één klap in je handen. Je laat zien hoe je variaties kunt maken op dit ritme. Na vier maten mag iedereen tegelijkertijd een variatie klappen, maar de beat gaat door. Na vier maten komt iedereen weer terug naar het basisritme. Als dit een paar keer gedaan is en iedereen heeft een leuke variatie, dan ga je het ritme stapelen. Je staat in een kring en jij begint, je rechterbuur komt erbij. Steeds komt er een leerling bij. Als iedereen zijn ritme mee drumt, stopt iedereen één voor één, weer te beginnen bij je rechter buurman.

Waarom Leerlingen worden in hun creativiteit wakker geschud, en verzinnen iets anders dan de anderen. Samen kom je in een ‘groove’.

Tip: Naast de bodypercussion kun je ook je stem gebruiken (beatboxing)

 

 

- downloads -
deel deze pagina