- de les -

Muzikale opwarmers

Voor: groep 1 t/m 8
Door: Jeroen Roelofsen

Vier muzikale lessen van Jeroen Roelofsen, muziekdocent bij Hart Haarlem.

Groep 1/2
Een muzikale opwarmer

Doel van de les Leerlingen zijn spelenderwijs bezig met ritme, ruimtelijk inzicht (links/rechts) en emotie (boos/blij)

Werkwijze Ga met z’n allen in een kring staankntwrk gr12
• Tel tot acht en klap telkens alleen op de eerste tel
• Als iedereen meedoet maak je op de tweede tel een saluerende beweging met je rechterhand
• Als dat goed gaat, maak je op de derde tel dezelfde beweging met links
• Op de vierde tel doe je je armen over elkaar en kijk je boos
• Op de vijfde tel doe je je handen zwaaiend in de lucht en kijk je blij
• De zesde, zevende en achtste tel zijn vrij om door de leerlingen in te vullen
• Geef elke beweging een naam, zodat je ze makkelijker kan onthouden: klap…. rechts…. links…. Boos…. Blij.

Als je alle acht tellen gevuld hebt met een geluid of beweging, dan ga je proberen het te ‘loopen’, dus na de achtste tel komt opnieuw de eerste tel. Je kunt variëren in tempo om het moeilijker te maken.

Tip: Een andere leuke beweging is om je hand op de schouder van degene naast je te leggen, of een compliment geven.

 

Groep 3/4
De speeltuin

Doel van de les Leerlingen ontdekken hoe je bewegingen kunt vertalen naar geluidknstwrk gr34

Wat heb je nodig Zo veel mogelijk instrumenten en voorwerpen waar je geluid uit krijgt

Werkwijze Begin de les in een kring en vraag iedere leerling wat hij/ zij het leukste toestel in een speeltuin vindt. Verdeel de instrumenten onder de leerlingen en vraag ze te bedenken hoe ze hun favoriete speeltuinonderdeel naar hun instrument kunnen vertalen.

Laat de leerlingen experimenteren met hun instrument.  Ga coachend aan de slag: als een leerling vindt dat een schommel op één toon gespeeld moet worden dan is dat prima, maar vraag wel hoe je dan een schommelend effect krijgt (versnellen/ vertragen, harder/zachter). Teken of schrijf nu op het bord alle toestellen die genoemd zijn, kriskras door elkaar. nu kan je de speeltuin bezoeken: wijs een toestel aan, nu mogen de leerlingen die dit toestel hebben gekozen, het geluid maken. Ga naar een volgend toestel etc. Zo ontstaat een muziekstuk. sluit het stuk af met een grote knal.

Tip: Laat ook kinderen dirigent zijn van dit speeltuinorkest, door ze op het bord aan te laten wijzen welke speeltoestellen zij zullen bezoeken in een speeltuin

 

Groep 5/6
Eigen notenschrift

Doel van de les Leerlingen ontdekken het principe van notenschrift door zelf een notatie te bedenken.knstwrk gr56

Wat heb je nodig
• A4-tjes en potloden
• Waslijn en knijpers
• Muziekstuk waarin gevarieerd wordt met hoog/laag hard/ zacht snel/langzaam

Werkwijze  Bespreek met de klas dat je muziek op allerlei manieren kunt spelen: hoog, laag, hard, zacht, snel, langzaam. laat voorbeelden horen, door zelf te zingen of muziekstukjes te laten horen. om anderen uit te leggen hoe een muziekstuk gespeeld moet worden, kan je dit opschrijven met woorden. maar dat geeft veel tekst. daarom is het notenschrift bedacht. Vertel de leerlingen dat zij  hun eigen notenschrift gaan maken. Verdeel de klas in groepjes en geef ze twee tegengestelde parameters mee (hoog/laag, hard/zacht, snel/langzaam) laat ze twee tekens tekenen waarmee ze kunnen aangeven hoe de  muziek gespeeld moet worden, elk op een eigen a4tje. Hang deze aan de waslijn. Zing nu met de klas een bekend liedje. Wijs een parameter aan en zing het lied op deze wijze. je kunt ook meerdere parameters kiezen: heel zacht en hoog zingen, of juist snel, hard en laag. Bespreek met de leerlingen dat ook op deze manier het notenschrift is gemaakt: zo weet iedereen hoe een stuk gespeeld moet worden.

Tip: Geef een leerling de rol van dirigent: hij of zij bepaalt hoe de klas moet zingen.

 

Groep 7/8
Vreemde klanken

Doel van de les Leerlingen verbreden hun muziekkennis en raken bekend met onbekende muzieksoortenknstwrk gr78

Wat heb je nodig digibord of cd-speler muziek

Werkwijze Laat leerlingen luisteren naar drie populaire bands en vraag ze wat voor instrumenten ze horen. Dit kan van makkelijk (singer songwriter met alleen gitaar en zang), tot moeilijk (groot georkestreerde bands) zijn, zolang het maar aansluit bij het referentiekader van de leerlingen.

Vraag vervolgens aan de leerlingen om in groepjes thuis een muziekstuk uit te kiezen die hetzelfde instrumentarium heeft als één van de voorbeelden die je hebt laten horen. Differentieer per groepje. Leerlingen die al wat meer kennis hebben, kunnen een moeilijkere opdracht krijgen.

Luister de volgende les naar alle voorbeelden en bespreek met de groep of het klopt dat er precies dezelfde instrumenten in voorkomen. Probeer ook te benoemen wat voor verschillen er zijn, bijvoorbeeld qua productie of tekstinhoud.

Tip: Neem zelf ook muziekfragmenten mee met hetzelfde instrumentarium, maar dan met bands die voor de meeste leerlingen onbekend zijn. Muziek die eerst vreemd of lelijk was, wordt makkelijker geaccepteerd.

- downloads -
deel deze pagina