- de les -

Kunst kijkdoos

Voor: groep 1 t/m 8
Door: Rob Komen

Introductie

Het maken van kijkdozen is al heel lang gebruikelijk in de geschiedenis. Een van de oudste vorm is een Bavelaartje. In een klein houten kastje achter glas werd een voorstelling  gemaakt van hout of walvisbeen, voorstellend een landschapje of een huiselijk interieurtje met hele kleine figuurtjes. De naam komt van een Nederlandse timmerman, Cornelis Bavelaar. In sommige musea, met name die over de natuur of de oorlog gaan, zie je soms diorama’s. Het lijken op etalages waarin een landschap wordt nagemaakt met opgezette dieren of historische taferelen.

De kijkdoos die wij kennen is vaak een schoenendoos waarin iets is gemaakt. Een kijkgaatje aan de voorkant, een doorzichtig vel in de bovenkant voor invallend licht. En daarin rechtopstaande kartonnen figuurtjes die samen iets uitbeelden. Negen van de tien kijkdozen komt op dit idee terug en daardoor is er weinig variatie. Beetje saai, toch? Zo’n kijkdoos gaan we juist niet maken.

Voorbereiding

Haal uit de supermarkt grote dozen en zet die dozen op school op zijn kant. Op zo’n manier dat er een open voorkant te zien is. Er komt dus geen kijkgaatje, je kunt meteen de doos inkijken. Er valt zo ook genoeg licht naar binnen, zodat je geen doorschijnend papier in de bovenkant hoeft te plakken.

Aan de slag – een thema

Allereerst ga je nadenken waarmee je de doos kunt vullen. Een klassikaal thema is daarbij goed mogelijk. Een tafereel naar aanleiding van een geschiedenisles is bijvoorbeeld heel geschikt. Een Romeinse stad. Binnenplaats van een kasteel. Of het onderwerp van een biologieles. Onderwaterwereld, het oerwoud. Maar een ruimer onderwerp, zoals vakantie is mogelijk. De camping, de Oostenrijkse bergen.

Ik zou wel een thema kiezen, zodat ook de leerlingen die moeilijk een keuze kunnen maken, nu een onderwerp hebben. Betrokkenheid kun je vergroten door enthousiast met zijn allen aan het werk te gaan. Teveel vrijheid kan verzanden in futloosheid. Natuurlijk kun je de kinderen die zelf een uitgesproken eigen idee hebben, hun gang laten gaan.

Met de hele groep ga je bespreken wat er allemaal in de kijkdoos neergezet zou kunnen worden. Ook kun je natuurlijk in groepjes laten brainstormen en daarna inventariseren wat er allemaal bedacht is. Tijdens die bespreking ontstaat er een lijst met mogelijkheden en ideeën. Ook wellicht onuitvoerbare lijkende suggesties schrijf je op de lijst. Wie weet welke oplossing er door een leerling bedacht wordt. Laat die lijst met suggesties tijdens het project in de klas hangen.

Aan de slag – ruimtewerking

Na de opstellen van de ideeën-lijst ga je de mogelijkheden bespreken hoe je dit allemaal ruimtelijk vorm kunt geven.

–          Je kunt de ruimte in een kijkdoos vergroten door met wanden te werken. Zet halverwege een wand. Maak daar een open raam in, zodat je daarachter ook iets kan maken. Een open deur naar de gang. Maak doorkijkjes. Je zult versteld van hoeveel extra ruimte je daarmee extra kunt suggereren.

–          Om die ruimte nog meer kracht bij te zetten, kun je lampjes in je kijkdoos doen. Fietslampjes met batterijtjes kunnen heel goed gebruikt worden, maar liever gebruik ik led lampjes. Licht in je kijkdoos doet namelijk wonderen. Snuffel eens bij de kringloopwinkel voor een adapter.  Die lampjes doe je achteraan in de kijkdoos, zodat de dieptewerking optimaal is.

–          Werk ook eens met spiegeltjes. Als je ergens een spiegel schuin in je doos neerzet, zal je merken dat je opeens een ruimte kan maken. Daardoor kun je om een hoekje kijken. Maak daar op originele wijze gebruik van. In dit voorbeeld zie je hoe de gang lijkt door te lopen om de hoek, maar het is een spiegel. De vloerbedekking verraadt een beetje hoe het in elkaar zit.

–          Wil je achter in een landschap hebben, schilder deze dan los op een stevig papier en plak deze in een ronde boog achterin de doos. Op deze manier werk je storende hoeken weg en krijg je een veel beter dieptewerking.

–          Ga ook eens nadenken of je vanuit een heel ander standpunt kunt gaan werken. In plaats van een camping te laten zien, kun je de kijkdoos zo maken dat je in een tentje zit en dan naar buiten kijkt.  Bij een kasteel kun je door de poort naar binnen kijken. Bij een dierentuin kijk je deze keer vanuit de kooi naar het publiek. Tussen de bomen door zie je in de verte het kasteel.

–          De buitenkant van de doos kun je daarbij ook aanpassen aan dit idee. Maak van de voorkant een raam, een deur, een bos…

Vergeet ook hier niet de buitenkant te schilderen / beplakken. Ga de doos zorgvuldig beschilderen in het thema van de binnenkant, waardoor er een geheel ontstaat.

De nabespreking

Je gaat met de groep de werkstukken bespreken. Iedereen heeft enthousiast zijn best gedaan, dus natuurlijk eerst allemaal een compliment geven. In de kijkdoos moest diepte worden gemaakt. Hoe hebben de leerlingen dat voor elkaar gekregen. Welke originele oplossingen zijn er bedacht? Hoe is die ruimtewerking gedaan? Wat staat vooraan en achteraan, wat is groot en klein? Ook de buitenkant moest in het project worden meegenomen. Hoe is die versierd? Bij wie is de buitenkant goed passend bij de binnenkant?

Hoe kun je de werkstukken exposeren?  

Geef de werkstukken niet meteen mee naar huis, maar maak er een indrukwekkende tentoonstelling van! Stapel ze op tot een grote wand, laat ze dus niet los verspreid slingeren door je lokaal. Deze keer ook niet achter in de klas op de boekenkast, maar op een centrale plek in de school. Ga ermee opscheppen, tenslotte zijn alle kinderen en jij als leerkracht trots op het geheel. En dat mag je best laten zien.

Een nog mooiere tentoonstelling is je werkstukken neerzetten buiten de school! Ga naar een winkel om ze in de etalage te mogen zetten. Wees wat brutaal en bedenk daarbij dat de winkelier ook baat heeft bij deze manier van tentoonstellen. Als de kinderen en hun ouders komen kijken, is dat ook reclame voor de winkelier. Ga niet bedelen maar leg de beide belangen uit. Laat je niet afschepen en houd de eer aan jezelf door gewoon naar een andere winkel te gaan als je de winkelier niet kunt overtuigen van jouw gelijk.

Zodra je een etalage hebt gekregen, zet je alle kijkdozen tegen de winkelruit, zodat iedereen het vanaf de straatkant kan zien. Als je geen winkelier kent, dan ga je kijken of de bibliotheek ruimte heeft. Artikeltje in het buurtblaadje, met de leerlingen postertjes maken en alles opkloppen tot een wereldsucces.

Tip!

Een algemene tip voor elk project: denk groot!  Laat je niet belemmeren in je ideeën. Ga niet van tevoren allerlei valkuilen en drempels bedenken. De tijd die je investeert in de organisatie komt je uiteindelijk ten goede.  Geef die kinderen van je groep iets mee wat ze nooit meer zullen vergeten. Daarmee geef je jezelf ook wat mee. Succeservaring en een trots gevoel op je eigen werk en de werkstukken van je leerlingen.

Rob Komen, docent Beeldend Onderwijs iPabo

- downloads -
deel deze pagina