- de les -

Kijken, kijken, kijken

Voor: de onderbouw
Door: Tekst: Rixt Hilverda Illustratie: Klaartje Berkelmans

Luister

Je hebt vast wel eens gehoord van Rembrandt. Hij is een van de beroemdste Nederlandse schilders. Veel rijke mensen wilden dat hij een portret van hen schilderde. Hij kon dat heel goed. Dat kwam doordat hij de hele dag oefende. Hij pakte dan een spiegel en keek heel goed naar zijn eigen gezicht. Vooral zijn ogen, daar oefende hij het meeste op.

Kijk

In deze les kruipen we in de huid van Rembrandt. Met een spiegeltje bekijken de kinderen heel goed hun eigen oog. Welke vorm heeft het? Waar is het donker en waar is het licht? Wat is gekleurd en wat wit? Waar zitten de haartjes om je oog? En waar zitten je wenkbrauwen? Wat gebeurt er met je oog als je lacht, verbaasd kijkt of boos en gemeen? Knijp ook maar eens met je oog alsof je heel ver moet kijken en kijk wat er dan gebeurt!

Doe

Leg voor elk kind acht papiertjes klaar van 15 x 15 cm. Op het eerste papiertje tekenen ze een gewoon oog. Ze schrijven erbij: ‘Gewoon oog’. Zo tekenen en schrijven ze een ‘Blij oog’, een ‘Boos oog’, een ‘Verbaasd oog’, een ‘Oog dat scheel kijkt’, een ‘Oog dat koekeloert’ en een ‘Computeroog’. Het laatste papiertje bedenken ze een fantasieoog. Misschien wel een ‘Huiloog’ of een ‘Honkie ponkie oog’. Tipvan de kunstenaar: veeg eens met je vinger over een lijntje zodat het vervaagt!

Bespreek

Sorteer met de kinderen de tekeningetjes in acht groepen. Loop met de kinderen langs de ogententoonstelling en stel vragen. Herken je welk ‘Gewoon oog’ bij welk kind hoort? En waardoor komt dat? Welk ‘Blij oog’ is echt blij en hoe zie je dat? En waardoor zie je dat een oog verbaasd is? En natuurlijk de leukste: welke fantasieogen zijn er verzonnen? Heeft de klas de slag te pakken? Maak dan eens een mondenmuseum of een neuzenmuseum!

- downloads -
deel deze pagina