- de les -

Improvisatietheater

Voor: groep 1 t/m 8
Door: Willem Smit

Samenwerken en het vermogen om problemen op te lossen. De combinatie van die twee vaardigheden komt terug in de spelvorm ‘improvisatie’. Vier winterse improvisatielessen van theaterdocent Willem Smit.

Groep 1/2
Blauw van de kouknstwrk gr 12

Doel: rekening houden met elkaar in spel

Voorbereiding Zoek een winterverhaal op, zoals Kikker in de kou van Max Velthuijs

Inleiding Lees het verhaal voor tot het moment dat kikker het zo koud krijgt dat hij niks meer kan. vraag de kinderen dat deel van het verhaal na te spelen als korte vertelpantomime met een accent op de handelingen: Kikker gaat naar buiten, loopt door de sneeuw, over glad ijs, krijgt koude voeten, gaat sneeuwballen gooien maar krijgt nu ook koude handen; langzamerhand wordt kikker steeds kouder. Hoe wordt hij weer warm? Vraag de kinderen om oplossingen aan te dragen en die kort uit te spelen.

Kern Lees nu het laatste deel van het verhaal en vraag vier kinderen dit tegelijkertijd na te spelen. verdeel de rollen: wie is kikker, eend, Haas, varken? Vraag de kinderen hun eigen oplossing te spelen als eind. Welke oplossingen zijn er nog meer? Laat ook andere kinderen hun oplossing spelen.

Tip: Je kunt voor deze les ook een ander verhaal gebruiken, dat aansluit bij je eigen thema.

 

Groep 3/4
Winterproblemenknstwrk gr 34

Doel Samenspel, rekening houden met elkaar in spel

Voorbereiding Zorg voor een doos of mand met daarin winterattributen, zoals sjaals, wanten, laarzen, schaatsen, een ijskrabber, bezem. Van winterse dingen die te groot of onhandig zijn (slee, sneeuwballen, sneeuwschuiver, ski’s) kan ook een plaatje worden gezocht.

Inleiding Laat leerlingen om de beurt een voorwerp uit de doos in gedachten nemen en uitbeelden wat je hiermee doet. Vraag de andere kinderen de handeling na te doen. Kunnen ze raden om welk voorwerp het ging?

Kern Kies zelf een voorwerp en bedenk daarbij een ‘probleem’. Bijvoorbeeld: twee kinderen gooien sneeuwballen, maar hun handen worden koud. Twee spelers komen op de vloer en terwijl jij een verhaaltje vertelt rond het probleem, spelen de kinderen het na, en kiezen ze een voorwerp of afbeelding – wanten, sjaal, kachel – waarmee zet het probleem samen oplossen.

Tip: Bespreek de les na met de kinderen. Wat vonden ze leuk? Wat was moeilijk om te spelen, wat juist makkelijk?

 

Groep 5/6
Daar komt de helperknstwrk gr 56

Doel Inspelen en reageren op elkaar in spel

Voorbereiding Zorg dat er ruimte is in het lokaal zodat alle kinderen voldoende speelruimte hebben. Verdeel de groep in tweetallen en benoem een speler a en een speler B.

Inleiding De tweetallen gaan tegenover elkaar staan. Speler a bedenkt een winterse handeling (sneeuwballen gooien, schaatsen, vuurwerk kijken, sneeuwpop maken, skieën) en vertelt deze aan speler B. Als speler B ‘ja’ zegt, spelen ze samen in pantomime de handeling na. Na 10 of 15 seconden wisselen de rollen en doet speler B een voorstel.

Kern Verdeel nu de groep in groepjes van vier. deze groepjes spelen in pantomime de volgende situatie: drie kinderen maken een sneeuwpop, maar ze krijgen het hoofd er niet op. Dan stapt de vierde speler in: een helper. Hoe lost hij of zij het probleem op?

Tip: Bedenk een aantal andere situaties waarin de ‘inspringer’ een lastige situatie oplost, of laat de kinderen dat zelf doen. Begrijpen de andere leerlingen welke situatie wordt uitgebeeld, en welk probleem er wordt opgelost?

 

Groep 7/8
Ingepakt staat netjesknstwrk gr 78

Doel reageren op het spel van anderen

Voorbereiding Zorg dat je een open speelruimte hebt. Bedenk van tevoren een aantal winterse handelingen (zoals een sneeuwpop maken, een cadeautje inpakken, vuurwerk afsteken, sleeën).

Inleiding Laat de kinderen rondlopen in de ruimte. Klap in je handen, noem een cijfer onder de 7 en noem een handeling. Het cijfer dat je hebt genoemd is het aantal kinderen dat samen de handeling moet uitvoeren. De kinderen moeten dus zelf groepjes vormen die groot genoeg zijn en gezamenlijk de handeling uitvoeren. Herhaal dit een paar keer met andere handelingen. de opdracht is om zo snel en direct mogelijk gezamenlijk een handeling uit te voeren.

Kern Maak samen met de kinderen van tafels en banken een schaatsenfabriek. Vraag zes kinderen om een klus te kiezen – schroeven, lijmen, slijpen, inpakken, opstapelen –  en laat ze hun werk actief en handelend uitbeelden. Noem dan een emotie, intentie of houding die ze direct en allemaal tegelijk in hun spel moeten laten zien, bijvoorbeeld boos, blij, moe, energiek. Wissel een paar keer van emotie. Daarna is de volgende groep aan de beurt.

Tip: De schaatsenfabriek kan natuurlijk ook een speelgoedmagazijn, Olympisch stadion of sportschool zijn.

- downloads -
deel deze pagina