- de les -

Beeldende opdrachten over de boerderij

Voor: groep 1 t/m 8
Door: Kees Admiraal

Groep 1/2
Dieren op stal en in de wei

Techniek: Monoprint
Lesvorm: indiviueel en samen
Materiaal: afbeelding van een boerderij met dieren, plakkaatverf, grote Lyonse kwasten, glas- of perspexplaatjes (20×30 cm), a4 papier

Waarnemen: Ga met de klas naar een boerderij in de buurt en zet alle zintuigen open! Wat zie je, wat ruik je, wat hoor je? Hoe voelt de vacht van een schaap? of hou een klassengesprek bij een afbeelding van een boerderij met dieren. Wat gebeurt er op de foto? Waarom denk je dat? Welke dieren zie je op een boerderij?

Verbeelden:
– Laat de leerlingen met plakkaatverf een glasof perspexplaatje beschilderen met 2 kleuren. Met hun vingers tekenen ze in de natte verf een boerderijdier.
– Leg een A4-papier op de geverfde kant en laat het kind met de muis van de hand ‘krachtig’ over het papier wrijven. trek het papier er snel af en leg het te drogen.
– Laat de gedroogde dieren uitknippen en plak ze samen op een groen geschilderde achtergrond.


Groep 3/4
Tegeltableaus

Techniek: Collage
Lesvorm: individueel of samen
Materiaal: afbeeldingen van schouwen en delftsblauwe tegeltjes, afbeeldingen van de tegels van beeldend kunstenaar Hugo Kaagman, karton of stevig papier (25 x 25 cm), tijdschriften, schoenendozen, lijm

Waarnemen: Nu hebben we centrale verwarming door het hele huis. de boerderijen van vroeger hadden één kachel in de ‘opkamer’ en een fornuis in de keuken om de mensen warm te houden. de schouw rond de kachel was vaak versierd met delftsblauwe tegeltjes met allerlei afbeeldingen. Laat afbeeldingen zien van delftsblauwe tegeltableaus. Laat ook werk van kaagman zien: hij gebruikt moderne taferelen voor zijn tegels. de kinderen gaan nieuwe tegels ontwerpen met allerlei tinten blauw en wit papier.

Verbeelden:
– Begin met het verzamelen van blauwe en witte tinten op tijdschriftfoto’s. Laat de kinderen kleurvlakken uitknippen of -scheuren. orden de tinten in schoenendozen.
– Elke leerling krijgt een plaatje karton of stevig papier van 25x25cm. Ze beplakken deze met gescheurde stukjes papier in allerlei witte tinten.
– Daarna gebruiken ze de blauwe kleuren om een dier, plant of andere vereenvoudigde voorstelling samen te stellen. Plak de compositie met lijm op de witte ondergrond.

TIP: Presenteer de tegels als een monumentale tegelwand in de aula.
TIP: Laat de kinderen hun eigen kleur groen mengen en schilderen op grote vellen papier.


Groep 5/6
Bedstee in de kamer

Techniek: tekenen en schilderen
Lesvorm: individueel
Materiaal: afbeeldingen van versierde bedstee-deurtjes, afbeeldingen van Hindelooper schilderwerk, bloemen, takjes en grassen, potlood, a4 papier, plankjes of triplexplaatjes (12 x 20 cm), schuurpapier, acryl- of plakkaatverf, grove kwasten en fijne penselen

Waarnemen: Hoe ziet jouw bed eruit? Wie heeft er een bed met deuren? in de meeste boerderijen hadden ze geen slaapkamers, maar bedstedes. Hoe hield je het daar warm? Met deurtjes, die ze mooi beschilderden met bloemmotieven. Laat afbeeldingen zien van Hindelooper schilderwerk.

Verbeelden:
– Zet boeketjes met verschillende soorten bloemen, takjes en grassen in een glazen vazen op een aantal tafeltjes. Laat de kinderen met potlood de bloemen, blaadjes en stelen goed bekijken en natekenen.
– De leerlingen schilderen hun plankje in een donkere basiskleur. na het drogen worden ze licht geschuurd voor een ouderwets effect.
– Met een fijn penseeltje schilderen de leerlingen zelfbedachte versieringen of bloemmotieven op het ‘bedsteedeurtje’. Zorg voor verschillende kleuren niet al te dikke verf.


Groep 7/8
Houten dakconstructies

Onderwerp: Houten dakconstructies
Techniek: ruimtelijk vormgeven
Lesvorm: in groepjes
Materiaal: afbeeldingen van houtconstructies, takken, latjes, stokken, bamboe, elastiek, touw,tape, tie-rips 

Waarnemen: Laat afbeeldingen zien van de prachtige houtconstructies van de stolpboerderij: het vierkant, de juffers, de dek- en trekbalken, de spanten, enzovoort. Functionele schoonheid op een hoog ambachtelijk niveau. Maar hoe kregen ze dat voor elkaar? Hoe zit die constructie eigenlijk?

Verbeelden:
– Verzamel met de leerlingen takken, twijgen, bamboe, stokken en/of dunne latten. Geef ze opdracht een dakconstructie te maken met behulp van postbode-elastiek, touw, tape en tie-rips.
– Laat de leerlingen zelf het formaat bepalen: hoe groter de constructie, hoe groter de kans op instorting!

TIP: Documenteer het bouwproces door regelmatig foto’s te maken. Bij het exposeren van de bouwwerken kun je elke fase laten zien.

 

Tekst en foto’s: Kees Admiraal

- downloads -
deel deze pagina