- de les -

Aan de slag met techniek

Voor: groep 1 t/m 8
Door:

Met techniek moet je experimenteren! Vier lessen die de werking van techniek laten zien en kinderen laat uitproberen wat nog meer mogelijk is. De basis voor elke les is een werkblad van De Ontdekplek. Deze vind je op www.ontdekplek.nl/werkbladen.

Groep 1/2
Draai het wieltje nog eens rond..KNSTWERK TECHNIEK 1

Nodig Doosjes en melkpakken, satéprik- kers, lijm, kartonnen wieltjes (bijv. van TechCard). En Werkblad 52 van de Ontdekplek over ‘Karretjes maken’.

Inleiding Lees het verhaal voor en breng dan het gesprek op wielen. Zorg voor een paar voorbeelden van voertuigen met verschillende aantallen wielen. Zoals een kruiwagen, een ets of een driewieler. Bespreek de verschillen en de functies. Waarom zitten er onder een vrachtwagen veel meer wielen? Laat voertuigen noemen en rubriceer ze naar functie of het aantal wielen.

Aan de slag Laat de kinderen zelf voertuigen maken van doosjes of melkpakken met kartonnen wieltjes. Voor de assen gebruik je satéprikkers. Een uitleg vind je op Werkblad 33 over zeilwagens.

Tip: Maak een hellingbaan en laat de wagentjes tegen elkaar racen. Welke is het snelste? Hoe zou dat komen? Maak een kleine presentatie van de verschillende voertuigen.

Groep 3/4
Hóe gaat de molen?!KNSTWERK TECHNIEK 34

Nodig Kartonnen wieltjes (bijv. van TechCard), elastiekjes, 5 mm deuvels of kartonnen asjes, doosjes en melkpakken, juniorzaag, paperclips, touw. En Werkblad 42 van de Ontdekplek over de ‘Elastiekmolen’.

Inleiding De wieken van een molen draaien door de wind. Maar wat gebeurt er daarna, binnen in de molen? Er zijn veel verschillende soorten molens – een watermolen, een korenmolen, een houtmolen, een windmolen. Bespreek de werking van verschillende molens. Op www.moleneducatief.nl staat veel informatie.

Zelf een molen maken Aan de hand van Werkblad 42 maakt iedere leerling een molen. Wat zou je nog meer kunnen doen met de beweging die ontstaat door de wieken? Je kan met een touw dingen optakelen, kan je er ook andere dingen mee aanzwengelen? En wat gebeurt er als je een krukas gebruikt (zie Werkblad 29)? Laat de leerlingen al experimenterend een eigen molen maken.

Tip: Zet alle molentjes op een tafel en test ze met behulp van een ventilator. Werken de molentjes allemaal zoals bedacht


Groep 5/6

In de derde dimensieKNSTWERK TECHNIEK 56

Nodig Zwart karton (niet te dik, je moet het kunnen knippen), groen en rood cellofaan, zwarte pen, groene en rode kleurpotloden. En Werkblad 17 van de Ontdekplek over de ‘3D bril’.

Inleiding Teken een verticale streep op het bord en laat de leerlingen een pen of potlood op zo’n 20 cm voor hun gezicht houden en naar de streep kijken . Laat ze nu om de beurt het ene en andere oog dicht doen – ze zien nu de pen verspringen. Dit laat zien dat je ogen alle twee een ander beeld zien. Hierdoor weten je herse- nen dat iets diepte heeft. Hoe kan je in een platte lm je ogen toch het idee geven dat ze diepte zien? Door elk oog een iets ander beeld te laten zien. Dit kan met een 3d bril.

Aan de slag Maak de 3D bril aan de hand van Werkblad 17. Een voorbeeld bril vind je via Google. Zoek (ook via Google) naar 3D foto’s en laat ze op het digibord zien of print ze uit. De kinderen kunnen nu hun bril testen. Laat de kinderen nu een streep op een vel papier tekenen, met daar tegenaan aan de linkerkant een groene streep en aan de rechter kant een rode streep. Kijk door de bril: de streep lijkt te zweven op het papier.

Tip: Laat de kinderen experimenteren met 3D-tekenen.


Groep 7/8

Dat staat als een huisKNSTWERK TECHNIEK 78

Nodig Veel oude kranten, perforator, splitpennen, plakband. En Werkblad 31 van de Ontdekplek over de ‘Hut van oude kranten’.

Inleiding Al tijdens de Grieken en Romeinen werd de koepelvorm gebruikt om een ruimte te overdekken. Verken met je leerlingen de koepels in de omge- ving. Welk gebouw heeft de vorm van een koepel? Uit welke tijd komt dit gebouw? Veel kerken hebben aan de binnenkant een gewelf- of koepelconstructie. Vroeger werden de koepels van een hout- of steenconstructie gemaakt. Dit was zwaar en log. Tegenwoordig worden koepels vaker van staal gemaakt. Laat leerlingen foto’s van de Rijksdag in Berlijn zien, de Koepelgevangenis in Haarlem, en de nieuwe koepel op het Scheepvaartmuseum.

Aan de slag De kinderen gaan experimenteren met het bouwen van een geodetische koepel. Dit is een koepel die is opgebouwd uit allemaal driehoeken. Eind 20e eeuw ontdekte architect Richard Buckminster Fuller dat je zo een sterke constructie kan maken. Hij gebruikte staal voor zijn constructie; de leerlingen werken met opgerolde kranten. Maak een zo groot mogelijke koepel in de klas, aan de hand van Werkblad 31. Misschien lukt het niet meteen: dat is juist prima! Laat de leerlingen meedenken over nieuwe sterke constructies. Wat werkt en wat niet?

 

Tekst: Hanna van der Veen
Illustraties: Pauline Baartmans

- downloads -
deel deze pagina